Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

Drijven in het water

Het kunnen drijven zonder te bewegen op zowel de buik als de rug is een examenonderdeel van het zwem-ABC en vormt de basis e-zwemles. Ga terug (...)

Het kunnen drijven zonder te bewegen op zowel de buik als de rug is een examenonderdeel van het zwem-ABC. Het vormt ook de basis van de e-zwemles-methode. Daarom krijgt dit onderdeel ook extra aandacht. Drijven kent drie vormen, te weten; op de buik, op de rug en staan in het water.

Drijven op de buik:
Bij het drijven op de buik dient het hoofd altijd in het water te zijn. Indien het hoofd uit het water wordt getild zullen de voeten naar de bodem zakken. De armen worden voor het hoofd gehouden zodat het lichaam volledig is gestrekt. In deze houding zal het lichaam in balans blijven liggen. In de beginfase van de opleiding dient deze houding gedurende vijf tellen aaneengesloten te worden volgehouden. Zodra dit meerdere malen achtereen lukt wordt het aantal tellen opgevoerd naar tien. De ogen dienen open te blijven. Nu wordt hier veel onzin over uitgedragen. Zwembadwater en zeewater zijn niet schadelijk voor de ogen. Wel wordt het traanvocht weggespoeld door het beetje chloor of zout waardoor de ogen in lichte mate zullen prikken. Zodra de ogen weer uit het water zijn volstaat enkele malen knipperen met de oogleden om de aanvoer van nieuw traanvocht op gang te brengen. Let op: Niet wrijven in de ogen! Hierdoor raakt het hoornvlies juist geïrriteerd en ontstaan de beruchte “rode oogjes”.

Drijven op de rug:
Bij het drijven op de rug dient het hoofd in het water te zijn. Het gezicht blijft echter boven zodat de ademhaling mogelijk blijft. De ademhaling dient echter te worden getraind dus moet ook hierbij de vijf- en tien- tellen regel worden toegepast. Ook op de rug dienen de ogen open te blijven. Nu wordt hier veel onzin over uitgedragen. Zwembadwater en zeewater zijn niet schadelijk voor de ogen. Wel wordt het traanvocht weggespoeld door het beetje chloor of zout waardoor de ogen in lichte mate zullen prikken. Zodra de ogen weer uit het water zijn volstaat enkele malen knipperen met de oogleden om de aanvoer van nieuw traanvocht op gang te brengen. Let op: Niet wrijven in de ogen! Hierdoor raakt het hoornvlies juist geïrriteerd en ontstaan de beruchte “rode oogjes”.

Staan in het water:
Indien de adem volledig wordt ingehouden is het mogelijk om verticaal staand te blijven drijven. Het hoofd vormt hierbij een struikelblok. Bij volwassenen is het hoofd relatief klein in verhouding met het lichaam, om precies te zijn 1 : 8. Bij jonge kinderen is het hoofd groot in verhouding tot het lichaam, bij een baby is deze verhouding 1 : 4 , bij peuters 1 : 5 en bij kleuters 1 : 6. Als gevolg hiervan zal een volwassene met het hoofd boven blijven in verticale positie maar een jong kind tot aan de lippen, neus of ogen in het water wegzakken. Door het hoofd iets achterover te buigen kan dit probleem worden ondervangen. Het doel van deze positie is het kunnen oriënteren in het water op de omgeving. Het staand drijven dient niet te worden verward met het bekende “watertrappen” waarbij de benen worden bewogen. Het staand drijven vormt de basis, het erbij bewegen met armen en benen wordt later toegevoegd.

Ga terug naar de homepage van ZwemConsult Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar behendigheid Start e-zwemles

update: 11-09-2017