Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 9

Leerdoelen les 9:
Drijven op de buik en rug zonder drijfmiddel gedurende 5 tellen
Springen in diep water
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Van staan in het water komen tot drijven op de buik
Van drijven op de buik komen tot staan
Voorwaarts vallen met afzet van de bodem en komen tot gestrekt drijven
Het gezicht 5 tellen in het water doen
Van staan in het water komen tot drijven op de rug en weer gaan staan met de hurkhouding
Voorwaarts afzetten en 5 tellen op de buik drijven
Van buikligging naar rugligging draaien met de schroefbeweging
Van rugligging naar buikligging draaien met de schroefbeweging
Zwemmen met de borstcrawl armbeweging
Zwemmen met de rugcrawl beenbeweging
Springen van de kant in het water met armvleugeltjes
Springen van de kant in het water zonder drijfmiddelen
Zwemmen met de rugcrawl armbeweging
Zelfstandig uit het water klimmen
Drijven op de rug zonder drijfmiddel
Drijven op de buik zonder drijfmiddel

Huiswerk:
Herhaal het huiswerk van les 1

Uw negende les in de praktijk:
Na het inleidend opwarmen gedurende vijf minuten herhalen we het drijven op de rug zonder armvleugeltjes als eerste leerdoel voor vandaag. Uw kind weet nu wat de bedoeling is en zal minder angstig zijn voor de oefening. Overdaad schaadt, na vijf minuten proberen is het genoeg geweest.

Herhaal nu zonder armvleugeltjes de oefening in het klimmen op de kant, springen van de rand, vijf tellen borstcrawlen en zelf gaan staan met behulp van de hurkhouding. Doe dit een aantal keren achter elkaar. Vervolgens gaan de armvleugeltjes weer om en doe de oefening in klimmen, springen en vijf tellen borstcrawlen een keer. Hoogstwaarschijnlijk springt uw kind nu spontaan ver van de rand. De armvleugeltjes bieden een veilig gevoel waardoor de vrees snel afneemt.

En dan starten we nu met het tweede en meest belangrijke leerdoel van deze opleiding. Ga naar een waterdiepte waar u zelf kunt staan maar uw kind niet. Veel instructiebassins of campingbaden hebben een variërende diepte tot 140 centimeter diepte. Deze diepte is ideaal voor deze oefening. In de hoek van het bad is meestal een trapje aanwezig en dat is helemaal ideaal voor dat wat nu gaat volgen. Ga zelf in het water staan zoals u dat ook deed bij de springoefening in les 6 in het ondiepe gedeelte. Kies uw positie op 3 meter afstand van het bassintrapje in de hoek van het bad en ga ongeveer anderhalve meter van de rand af staan. Nodig uw kind (met de armvleugeltjes om) uit naar u toe te springen. Steek uw handen uitnodigend naar voor als richtpunt voor uw kind. De afstand tussen uw handen en die van uw kind is echter te groot, om ze te pakken zal uw kind moeten springen. Zodra uw kind springt, pakt u de handen vast in de vlucht van de sprong. Door de snelheid zal uw kind kopje onder gaan en dat is ook precies de bedoeling. U heeft echter nog steeds de handen vast dus valt de schrik wel mee. Laat vervolgens de handen rustig los en geef opdracht om naar het trapje te borstcrawlen. Loop zelf naast uw kind mee. Herhaal deze oefening minstens tien keer waarbij u, zodra uw kind gewend is aan deze opdracht, het uitsteken van uw handen en vastpakken achterwege laat. De opdracht is voltooid zodra uw kind zelfstandig in dit diepe water springt, aansluitend naar het trapje borstcrawlt en zonder hulp via de trap uit het water klimt.

We ronden deze les af met een aantal keren springen, vijf tellen borstcrawlen en weer gaan staan in het ondiepe water zonder de armvleugeltjes om. Voeg ook ter herhaling het maken van de schroefbeweging uit les 4 toe. Dit heeft uw kind nog niet zonder armvleugeltjes geprobeerd maar het zal nu hoogstwaarschijnlijk zonder angst en volledig spontaan de beweging durven maken.

Uw kind is in ondiep water al redelijk zelfredzaam geworden. Dit is het uitgangspunt voor een goede start voor de les nummer 10.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga naar les 8 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 10 Controleer het resultaat van les 9

update: 11-09-2017