Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 21

Leerdoelen les 21:
Een aantal keren achtereen 10 meter schoolslag correcte zwemmen met drijfmiddel.
Tien tellen borstcrawlen zonder rustmoment en zonder drijfmiddelen.
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Het basisdoel bereikt. Uw kind kan zichzelf redden bij het tewater raken.

Het kerndoel van les 21 tot en met 25 is het leren overbruggen van een redelijke afstand zonder rustmoment. De basisvaardigheden worden nu door uw kind beheerst maar de praktijkervaring is nog niet zo ver gevorderd. Het kunnen gaan staan was altijd mogelijk. Alleen bij de springoefeningen in de buurt van het bassintrapje in 140 centimeter diep water ontbrak deze veiligheid maar was pappa of mamma in de buurt met een helpende hand. Nu gaan we beide veiligheden bewust wegnemen. Uw kind moet leren vertrouwen op de aangeleerde vaardigheden.

Uw éénentwintigste les in de praktijk:
We beginnen de les en het eerste leerdoel voor vandaag na het kortstondig opwarmen in borstdiep water. Doe uw kind de armvleugeltjes om. Laat eerst zien wat de bedoeling is. Zet in het water af tegen de badrand en zwem zonder onderbreking met schoolslag naar de overkant van het bassin. Afhankelijk van het bassin zal deze afstand 10 tot 20 meter bedragen. Blijf nu aan de overzijde staan en nodig uw kind uit om uw voorbeeld na te doen. Let niet op eventuele fouten in de zwemslag maar op het doorzwemmen zonder te stoppen. Leg uit dat deze oefening belangrijk is omdat je hier nog wel kunt staan maar later niet meer als we naar het diepe bad gaan. Daag uw kind nu uit weer terug te zwemmen naar de andere badkant zonder te stoppen of te gaan staan en blijf bewust achter uw kind lopen. Dit heeft een reden. Uw kind ziet nu de overkant en vele andere dingen maar niet uw helpende hand. Dit stimuleert het zelfvertrouwen. Doe deze oefening minimaal 5 minuten aaneengesloten en neem steeds meer afstand. U kunt zelf op de badrand gaan zitten. Zodra het continue doorzwemmen wordt begrepen benadrukt u het uitstrekmoment zoals uitgelegd in les 17.

Het tweede leerdoel voor vandaag is eveneens gericht op het overbruggen van een grote afstand. Maar dan met de borstcrawl. Doe uw kind de armvleugeltjes af en ga terug naar heupdiep water. We starten bij de badrand. Leg uw kind uit dat het door moet zwemmen tot de overkant is bereikt en pas daar mag uitrusten. Laat uw kind nu diep ademhalen en tien tellen borstcrawlen met het hoofd in het water. Vervolgens gaan staan, weer diep ademhalen, afzetten en weer tien tellen borstcrawlen. Herhaal dit tot de overzijde van het bassin is bereikt. De bedoeling is dat met moment van staan en afzetten zo kort mogelijk duurt. Herhaal deze oefening gedurende vijf minuten. Even uitrusten bij de badrand mag maar doe dit alleen als het echt nodig is. Het toevoegen van de ademhaling bij de borstcrawl laan we bewust achterwege. Het verstoort de juiste ligging en het continue doordraaien met de armen. Daarom is het ook geen onderdeel van het examen voor het deel A van het Zwem-ABC. Met tien tellen aaneengesloten borstcrawlen overbrugt uw kind meestal de 5 meter afstand. En dat is de exameneis voor deel A.
We ronden af met een stukje rugzwemmen zonder armvleugeltjes. In rustig water zonder golfslag is uw kind al in staat om de rugslag zonder drijfmiddelen uit te voeren. De adem inhouden volstaat nu als drijfmiddel. In een rumoerig bad met veel golfslag zal echter veel water over het gezicht spoelen waardoor het ademhalen lastig kan zijn. Geef in dat geval een flexibeam ter ondersteuning. Deze kan dan tegen de borst worden gedrukt met beide handen waarbij de uiteinden onder de bovenarmen steunen. Dus niet de flexibeam onder het lichaam en rug of achter de nek plaatsen, dat geeft nu te veel steun en voegt niets toe aan de oefening. Met een paar keer springen en lekker rondplonzen ronden we deze les af.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga terug naar e-zwemles 21-30 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 22 Controleer het resultaat van les 21

update: 11-09-2017