Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 2

Leerdoelen les 2:
Voorwaarts vallen met afzet van de bodem en komen tot gestrekt drijven
Het gezicht 5 tellen in het water doen
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Van staan in het water komen tot drijven op de buik
Van drijven op de buik komen tot staan

Huiswerk:
Herhaal het huiswerk van les 1

Uw tweede les in de praktijk:
Wij starten weer met het voorwaarts durven drijven en weer gaan staan. Doe net als vorige keer uw kind armvleugeltjes om de bovenarmen. Iedere les vangt aan met het kortstondig teruggrijpen naar het de lesstof van de voorgaande lessen. Het dient om op te warmen maar ook om te helpen aanvoelen en herinneren bij uw kind. Bied indien nodig uw wijsvingers aan ter ondersteuning tot de herinnering van vorige keer boven komt en de angst bij uw kind verdwijnt. Herhaal een aantal keren het zelfstandig voorover zakken en komen tot gestrekt drijven op de buik. Voeg daar het hurken en staan aan toe zoals in de eerste les is aangeleerd.
Het volgende stapje is nieuw en vormt het eerste lesdoel voor vandaag. Zoek een waterdiepte van ongeveer zestig centimeter waarbij het water tot aan de navel van uw kind reikt. Ga tegenover uw kind staan op een afstand van ongeveer een meter en daag uw kind uit naar u toe te springen met de armen gestrekt voorwaarts. Bied uw wijsvingers aan als richtpunt. En herhaal dit spelletje enkele keren. Vergroot vervolgens de afstand in kleine stapjes tot uw kind de afstand niet meer kan overbruggen en blijft drijven op de buik. Het is raadzaam om tijdens deze oefening achterwaarts mee te lopen en de afstand tussen u en uw kind redelijk te houden. Redelijk is ongeveer twee meter afstand, het is ver genoeg weg om bij uw kind een gevoelsmatige onafhankelijkheid te creëren maar tegelijk dichtbij genoeg voor een eventueel gewenst hulpcontact met uw wijsvingers.
Zodra deze vaardigheid zonder angst wordt beheerst gaan we het tempo opvoeren. Doe eerst voor wat de bedoeling is. Duik met de handen voorwaarts vanuit stand in het water en kom tot gestrekt drijven. Drijf vijf tellen uit en ga weer staan. Let op: doe dit precies vijf tellen, ik leg later uit waarom. Nodig nu uw kind uit dit na te doen. Help zonodig met een wijsvinger maar al snel zal uw kind het zelfstandig willen gaan proberen want het is leuk. Zodra uw kind dit spelletje zelfstandig durft uit te voeren gaat u hardop meetellen. (…) En hup (…), een, twee, drie, vier, vijf (…), en staan! Tel in het zelfde ritme als een secondewijzer op een klok. Herhaal deze oefening vele malen snel achter elkaar.

Let op: zodra uw kind het spelletje beheerst zal het zelfstandig vooruit gaan duiken en vijf tellen uitdrijven indien u mondeling meetelt. Hierbij is de kans aanwezig dat uw kind plotsklaps op de rug draait. Maar het gaan staan vanuit rugligging hebben we nog niet aangeleerd. Dus dient u in de buurt te blijven en direct uw vinger toe te steken indien uw kind op de rug terecht komt. Voorkom zeker nu, dat uw kind min of meer machteloos in rugligging blijft ploeteren met het doel te gaan staan. Als het nu schrikt heeft u een lange weg te gaan om deze angst weer te leren overwinnen. Waak hiervoor!

En dan voegen we nu het tweede lesdoel toe voor vandaag. Ik gaf aan dat u vijf tellen drijven moest aanleren, zie het huiswerk van les 1. Nu gaan we dit ritme benutten. Het tweede lesdoel is het gezicht in het water doen. Dat is eng voor uw kind! Allereerst kan het de omgeving niet meer zien. Daarnaast is meestal de angst aanwezig voor water in de ogen. Ook het gevoel van water in de neus en oren is vreemd. Het komt regelmatig voor dat kinderen denken dat hun hoofd vol kan lopen. In je oren en neus zitten nu eenmaal gaatjes en daar kan toch water in lopen? Onderschat het redeneren van uw kind niet. Het is dus een hele stap om het hoofd in het water te durven doen en dan ook nog eens op de buik te blijven drijven. En zie hier de reden voor de vijf tellen. Het is namelijk een duidelijk doel voor het kind. Voorover vallen of springen, vijf tellen blijven drijven met mijn hoofd in het water (mamma of pappa telt hardop mee ter ondersteuning), en dan weer gaan staan. Deze oefening is niet in enkele momenten bij te brengen en behoeft de nodige tijd. Probeer deze les in ieder geval uw kind een aantal keren het gezicht te laten onderdompelen. Het helpt als u het voordoet. Tel in dat geval met uw hand boven water mee door de vingers een voor een op te steken zodat uw kind in uw ritme kan mee tellen tijdens uw voorbeeld. Enkele keren met het gezicht in het water volstaat voor deze les. Meerdere keren mag maar hoeft absoluut niet. Gooi nu de druk van de ketel en laat uw kind weer lekker spelen.
Ter overweging: een veel gemaakte fout is de oneindige opdracht, zoals “Spring van het startblok en zwem zover als je kunt onder water”. Herkent u hem. Doe het eens zelf. Wedden dat u het na een meter of wat voor gezien houdt! Doe het nu met behulp van tellen, zoals “Spring van het startblok en zwem tien tellen onder water”. Wedden dat u de gewenste afstand (en tijd) onder water nu wel haalt. Het is een simpel psychologisch trucje. Door een reëel doel te stellen spant u zich vanzelf in om het te halen. De opdracht “ga zo ver als je kunt” is niet duidelijk en vormt geen stimulans om over uw eigen grenzen te gaan. Een kind is hiervoor nog eens extra gevoelig. En daarom werken wij tijdens de zwemlessen van e-zwemles altijd met tellen en niet met meters. Dus ,(…) vijf tellen onder water, tien tellen borstcrawl, tien tellen rugcrawl etc. en niet drie meter onder water, vijf meter borstcrawl en vijf meter rugcrawl. Kinderen hebben geen besef van centimeters, meters en kilometers maar kunnen wel tot tien tellen op zeer jonge leeftijd.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga naar les 1 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 3 Controleer het resultaat van les 2

update: 11-09-2017