Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 16

Leerdoelen les 16:
Schoolslag en rugslag met drie tellen uitrekken
Springen in diep water zonder drijfmiddelen
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Volledig watervrij
Basis schoolslag armbeweging
Basis van de rugslag beenbeweging
Redelijke schoolslag armbeweging
Redelijke rugslag beenbeweging
Zwemmen op de buik zonder armvleugeltjes
Onder water gaan
Overbruggen van een redelijke afstand
Rugzwemmen zonder stoppen over een redelijke afstand
Strekken tijdens de schoolslag
Strekken tijdens de rugslag

Zwemles 16 tot en met 20 hebben hetzelfde kerndoel. Het oefenen van de schoolslag en rugslag met drie tellen uitrekken staan centraal. Dit lesdoel neemt minimaal twintig minuten lestijd per zwemles in beslag. Naarmate de oefening beter wordt beheerst verwisselt u de armvleugeltjes voor de flexibeam. Dit zal bij de rugslag sneller van toepassing zijn dan bij de schoolslag. Dit is een saai maar noodzakelijk onderdeel. Om dit monotone oefenen te doorbreken voegen we iedere les een afwisselend leerdoel toe. Maar dit is dus niet de hoofddoelstelling.

Huiswerk:
Oefen het 10 tellen adem inhouden regelmatig een aantal keren achtereen.

Uw zestiende les in de praktijk:
Het subleerdoel voor vandaag omvat de herhaling van het tweede leerdoel van les 9 en les 10, het springen in diep water. We doen dit al na het opwarmen in het ondiepe gedeelte. Doe uw kind de armvleugeltjes om en ga een keer of vijf springen in het 140 centimeter diepe deel van het bad, op ongeveer 5 meter afstand van de bassintrap. Laat uw kind zelf de zwemslag kiezen. Probeer echter zo min mogelijk te helpen. Dus alleen laten springen en niet helpen bij het boven komen. Laat uw kind zelfstandig naar het trapje zwemmen en er ook uitklimmen. U blijft steeds op een gepaste twee meter afstand in het water en helpt alleen als het echt nodig is.
Na het tien minuten schoolslag zwemmen in het ondiepe gaat u weer terug naar het diepe deel om de springoefening te herhalen. Alleen doen we het nu zonder armvleugeltjes. Het springen zal best lukken maar het bovenkomen kan iets te veel tijd in beslag nemen. Grijp dus in als uw kind langer dan drie tellen onder water blijft. U kunt volstaan met het vastpakken van een arm en zachtjes omhoog trekken. Dus niet met een ruk of andere snelle beweging, dat wekt bij uw kind de indruk dat het een gevaarlijke oefening is. En dat is absoluut het niet want uw kind kan ondertussen al tien tellen de adem inhouden.
Vervolgens gaat u weer met armvleugeltjes of een flexibeam tien minuten rugslag zwemmen in het ondiepe.
Ter afsluiting herhaalt u vooral de borstcrawl en rugcrawl, bij voorkeur zonder drijfmiddelen.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga naar les 15 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 17 Controleer het resultaat van les 16

update: 11-09-2017