Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 15

Leerdoelen les 15:
Strekken tijdens de schoolslag
Strekken tijdens de rugslag
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Volledig watervrij
Basis schoolslag armbeweging
Basis van de rugslag beenbeweging
Redelijke schoolslag armbeweging
Redelijke rugslag beenbeweging
Zwemmen op de buik zonder armvleugeltjes
Onder water gaan
Overbruggen van een redelijke afstand
Rugzwemmen zonder stoppen over een redelijke afstand

Vanaf dit moment staan in iedere zwemles de schoolslag en rugslag als leer- en oefendoel centraal. Natuurlijk herhalen we de borstcrawl, rugcrawl, het springen van de rand en het onder water gaan en ringenduiken ter afwisseling en doorbreken van de sleur. Dus na een aantal minuten schoolslag of rugslag even kortstondig te keer gaan om vervolgens weer verder te gaan met meters maken. Dit vormt dus altijd de inleiding en de afronding van de zwemlessen die hierna volgen.

Huiswerk:
Het huiswerk voorafgaand aan deze zwemles is bedoeld om het uitdrijven aan te leren. Met uitdrijven wordt het stopmoment na iedere zwemslag bedoeld. Aan het eind van les 12 gaf ik al aan dat het uitdrijven gemakkelijk kan worden bijgebracht met enkele trucjes. Nu gaan we een heel effectief trucje toepassen. Probeer dit eerst zelf zodat u voelt en ervaart wat het doel is. Ga met uw hielen, billen en schouderbladen tegen een muur of een deur staan. Doe de armen gestrekt boven het hoofd. Vervolgens rekt u zich zover mogelijk uit. Doe alsof u iets boven uw hoofd moet pakken dat aan de muur hangt maar waar u net niet bij kunt komen. Ga dus op uw tenen staan, schuif uw billen zover mogelijk omhoog langs de meer, druk uw schouderbladen ook omhoog en rek uw armen zover mogelijk uit met gestrekte vingers. Wat voelt u nu?
Nu mag uw kind deze oefening doen. Begin heel voorzichtig en plaats uw handen onder de oksels. Zodra dit lukt, plaatst u de handen op de beide schouderkoppen. Bij deze oefening spannen de beenspieren, de bilspieren, de buikspieren en de gehele rug. Zo stijf als een plank dus. En jawel, ook nu weer vijf tellen volhouden en rust (…). Herhaal ook deze oefening een aantal keren.

Uw vijftiende les in de praktijk:
En dan gaan we nu zwemmen. Na de korte opwarmer met veel beweging starten we weer met armvleugeltjes en de schoolslag zonder te stoppen. Na een keer heen en weer in het bassin om in het ritme te komen voegen we nu de uitrekoefening van het huiswerk toe als eerste leerdoel. Doe het eerst voor zodat uw kind kan zien wat de bedoeling is. Leg de nadruk op de armbeweging. Dus rondje armen en REK UIT (…). Net zoals de oefening met de armen en vingers gestrekt boven het hoofd tijdens het huiswerk. Laat nu uw kind schoolslag zwemmen en zeg bij iedere voorwaartse armbeweging REK UIT (… nadruk leggen in uw stem!). Het juiste moment is zodra de armen vanaf de kin voorwaarts gaan. Oefen dit uitrekken een aantal keren heen een weer. Help af en toe door voor uw kind plaats te nemen en achterwaarts mee te lopen, uw kind zwemt dus achter u aan. Pak nu af en toe de vingers op het juiste moment vast en trek een beetje mee zodra de armen worden uitgerekt. Een aantal keren volstaat meestal om het te laten begrijpen en aanvoelen. Tijdens het huiswerk deden we deze rekoefening vijf tellen. In het water volstaan drie tellen. Dus rondje armen, rek 1, 2, 3 (…), rondje en rek 1, 2, 3 (…). Voeg dit nu toe aan het zwemmen. En oefen dit een minuut of tien.

Het tweede leerdoel voor vandaag bestaat uit het toevoegen van de rekoefening bij de rugslag. Dit gaan we eveneens met de armvleugeltjes om doen. Het rugzwemmen met vleugeltjes is ondertussen heel gewoon voor uw kind. Met deze ondersteuning zal het heel gemakkelijk blijven drijven zonder te zwemmen en daar ook een plezierig en rustgevend gevoel bij ervaren. We oefenen dit immers al vanaf les 8. Vanaf nu gaan we het rugzwemmen tijdens alle navolgende lessen rustig uitvoeren in plaats van snel. Dit is het moment om het stopmoment aan de rugslag toe te voegen. Pas hetzelfde ritme toe als bij de oefening van de schoolslag. Rondje benen en rek 1, 2, 3 (…), rondje benen en rek 1, 2, 3 (…). Uw kind zal het snel door hebben en met gemak het bassin overzwemmen zonder te stoppen. Oefen ook de rugslag met het drie tellen uitdrijven als omschreven tien minuten achter elkaar.

Aandachtspunt:
Bij het aanleren van de rondjes met de benen op de buik en op de rug (op de rand van het bed) hebben we veel aandacht besteed aan het “spiertjes aantrekken” op de wreef. Weet u nog, die oefening om op de hielen te gaan staan? Dit is in tegenspraak met de voetenstand tijdens het “tenendansen” waarbij u uitgestrekt rugwaarts tegen de muur ging staan. Maar het komt weer wel overeen met het “achterover leunen” met partnerhulp waarbij u op de hielen moest steunen. De wisselwerking tussen de gestrekte voetenstand ( hoge hakkenstand) en het staan op de hielen met gespannen pees op de wreef kan verwarring geven bij uw kind tijdens het zwemmen. Besteed hier de volgende twee lessen nog geen aandacht aan. Laat uw kind maar ploeteren met de voetenstand zodat ze voelen wat er gebeurt. In les 18 gaan we de juiste voetenbeweging benadrukken.

We sluiten weer af zonder armvleugeltjes met kortstondig springen, onder water gaan, etc. Het opwarmen vooraf en na afloop van de zwemles is u nu wel duidelijk betreft doel, tijd en inhoud. Daarom wordt dit niet langer beschreven maar beschouwd als vaststaand onderdeel van iedere les.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga naar les 14 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 16 Controleer het resultaat van les 15

update: 11-09-2017