Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 13

Leerdoelen les 13:
Zwemmen op de buik zonder armvleugeltjes
Onder water gaan
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Volledig watervrij
Basis schoolslag armbeweging
Basis van de rugslag beenbeweging
Redelijke schoolslag armbeweging
Redelijke rugslag beenbeweging

Huiswerk:
Herhaal de droege oefeningen van de beenbeweging op bed.

Uw dertiende les in de praktijk:
Tot nu toe hebben wij alleen armvleugeltjes gebruikt. Deze zijn prettig in het gebruik en leveren veel drijfvermogen. Uw kind went hierdoor snel aan het water en kon de voorgaande oefeningen met gemak uitvoeren. In les 11 verplaatsten we de armvleugeltjes al eens naar de onderarmen. Hierdoor zinkt het lichaam iets dieper en voorkomen we ook dat uw kind teveel gaat hechten aan het gemak van dit hulpmiddel. Nu breekt het moment aan om ons pakketje hulpmiddelen uit te breiden met een flexibeam en een duikring. In het hoofdstuk “hulpmiddelenkelvoudige rugslagen” staan beschrijvingen en afbeeldingen. U hoeft niet alle spulletjes aan te schaffen. De flexibeam en een duikring, of ander zwaar voorwerp dat gemakkelijk kan worden vastgepakt, zijn voorlopig voor de navolgende zwemlessen voldoende. Mocht u echter via het internet bestellen dan kunt u uit oogpunt van de verzendkosten beter ook de andere spulletjes tegelijk in één pakket laten bezorgen. Ik adviseer om dan ook een lesplankje en een lesgordel ( ook wel kurk genoemd) erbij aan te schaffen. Deze gaan wij gebruiken in tijdens van les 20 tot en met 40. Het voordeel van de flexibeam de veelzijdigheid. Je kunt hem vastpakken en gebruiken als een soort plankje met gestrekte armen voor het hoofd. Hij kan ook onder de oksels worden gedaan en blijft dan zelfs op die plaats “kleven” indien hij wordt losgelaten. Ook in de nek op de rug is het een uitstekende ondersteuning. En hij kan in de taille onder de rug worden gebruikt. Een heel leuk spelletje in iets dieper water is het zitten op de flexibeam. Doe hem tussen de benen en ga vervolgens staan in het water, op deze wijze kan het watertrappen worden bijgebracht.
We starten de zwemles zonder armvleugeltjes met springen en aansluitend 10 tellen borstcrawlen. Herhaal het 10 tellen borstcrawlen een keer of vijf. Voorafgaand aan deze zwemles heeft u de beenslag een aantal malen droog geoefend op de rand van het bed als huiswerk. Nu gaan we de beenbeweging in het water oefenen. Dit gaan we doen met behulp van een flexibeam. Laat uw kind de flexibeam met twee handen vastpakken en de uiteinden onder de oksels doen. Hij zit dan boven de tepels voor de borst waarbij de uiteinden aan weerszijden van het lichaam uitsteken. Nu kan uw kind voorover gaan liggen en de beenslag oefenen. Het hoofd blijft net boven water om adem te halen maar ligt iets dieper dan bij het gebruik van de armvleugeltjes. Niet waarneembaar maar wel voelbaar voor uw kind is het afnemende gevoel van veiligheid. De armvleugeltjes klemmen om de armen maar de flexibeam geeft dat gevoel juist niet. Na enige gewenning zal uw kind het gevoel ervaren dat het kan zwemmen zonder ondersteuning omdat de flexibeam nauwelijks druk uitoefent op het lichaam. En hij blijft vanzelf op de plaats zitten indien de handen loslaten.

En dan het eerste leerdoel voor vandaag. We oefenen de beenslag op de buik gedurende tien tellen met de flexibeam onder de oksels en weer gaan staan een keerof tien achter elkaar. De armen mogen mee zwemmen maar dit is absoluut niet noodzakelijk. Vervolgens doen we de flexibeam onder de oksels waarbij de beide uiteinden voorwaarts uitsteken. Nodig nu uw kind uit om achterover te vallen. Indien de kin op de borst wordt gehouden zal een golf water in het gezicht spoelen. Dus herhaal deze oefening enkele keren waarbij u aangeeft dat het hoofd achterwaarts moet worden gebogen. Het gezicht, ofwel de neus, wijst dan omhoog. Nu zal het beter lukken. Voor we gaan rugzwemmen oefenen we het gaan staan via de hurkhouding enkele keren. Lukt het allemaal naar wens? Prima! Dan starten we nu met de rugslag gedurende tien tellen en weer gaan staan, herhaal dit tien keer. Ter herinnering, een voorbeeld doet wonderen en af en toe de oefening naast uw kind meedoen nog meer. Zien zwemmen doet zwemmen (…)

Het tweede leerdoel is gericht op het bewust onder water zijn. Gedurende de voorgaande lessen is uw kind vele malen met het gezicht in het water gekomen. Daarbij zijn de ogen best wel eens nat geworden. Nu gaan we het onderwater gaan met open ogen aanleren. Ga met uw kind in ondiep water op de bodem zitten. Borstdiep water voor uw kind is perfect. Nodig nu uw kind uit om het gezicht vijf tellen in het water te doen. Na het boven komen legt u uit dat water in de ogen geen pijn doet maar alleen een beetje raar aanvoelt. Vraag nu uw kind, met de hand onder water, een aantal vingers op te steken. U doet tegelijk uw gezicht in het water boven de hand van uw kind en telt met de ogen open het aantal opgestoken vingers. En zeg dan tegen uw kind hoeveel vingers u telde. Herhaal dit eventueel enkele keren. Nu gaan we wisselen en mag uw kind het spelletje nadoen.

Technische noot:
De eerste keer dat uw kind de ogen onder water echt open doet geeft meestal de reactie van wrijven in de ogen. Dit is absoluut niet de bedoeling. Leg uit dat knipperen met de ogen veel beter werkt. Wrijven in de ogen geeft na enkele keren een prikkelend gevoel. De bekende “rode oogjes” zijn namelijk niet het gevolg van chloorwater maar van wrijven in de ogen. Chloorwater, zout zeewater en ook leidingwater spoelen het beschermende laagje traanvocht van de oogbol. Die oogbol is dan min of meer onbeschermd. Bij wrijven in de ogen met de vingers wordt het gesloten ooglid over die onbeschermde oogbol gemasseerd. Hierdoor ontstaat al vrij snel irritatie. Indien we met de ogen knipperen wordt automatisch traanvocht op de oogbol gespoten. Dit traanvocht verdrijft het water en zorgt voor een nieuwe beschermende laag. Dus, niet wrijven maar knipperen. U kunt ter ondersteuning en aanmoediging zachtjes met uw handpalm over het gezicht van uw kind wrijven na het bovenkomen. De oogleden worden hierbij niet geraakt en u voorkomt dat uw kind reflexmatig de handen in de ogen doet om te gaan wrijven. Daarnaast duwt u met deze beweging de oogleden dicht en zet daarmee de knipperbeweging in gang. Na enige keren oefenen zal uw kind het knipperen zelf gaan doen zonder hulp.


Nu uw kind de ogen enkele keren onder water heeft geopend en u dit heeft gecontroleerd met het spelletje “vingers tellen” gaan we een stapje verder. Leg nu de duikring of ander geschikt voorwerp naast uw kind op de bodem en laat dit oppakken. Ga vervolgens naar iets dieper water en herhaal de oefening. Doe dit een aantal keren achtereen. Hierbij volgt automatisch een aandachtspunt. Zodra de waterdiepte bij uw kind op heuphoogte komt zijn de armen te kort om de duikring te pakken. Let nu goed op de reactie van uw kind. Uw kind zal hoogstwaarschijnlijk proberen met de vingers bij de bodem te komen en daarbij het gezicht boven water willen houden. En dat is nu net niet de bedoeling. Op dit punt, heupdiep water en dieper, is het noodzakelijk dat eerst het gezicht in het water wordt gedaan en pas dan de duikring wordt gezocht en gepakt. Forceer dit onderdeel niet. Na enige malen rustig oefenen lukt het vanzelf. Een beloning is juist nu nuttig. Stel bijvoorbeeld een ijsje in het vooruitzicht. Zodra de beweging met het hoofd goed verloopt, gaan we weer terug naar ondieper water. Nodig nu uw kind uit om de duikring met de tanden van de bodem te pakken. Dat lukt vast niet de eerste keer maar tijdens de volgende lessen waarschijnlijk wel.
We ronden af met een aantal keren springen van de rand en een stukje borstcrawlen.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga naar les 12 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 14 Controleer het resultaat van les 13

update: 11-09-2017