Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 11

Leerdoelen les 11:
Aanleren schoolslag armbeweging
Aanleren van de rugslag beenbeweging
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Volledig watervrij
Dit leerdoel is het gezamenlijke resultaat van alle leerdoel van les 1 tot en met 10. Zie voor de specificatie de voorgaande lessen.

Huiswerk:
Bij aanvang van de eerste zwemles kreeg u een huiswerkopdracht voor uw kind. Het drie maal achtereen vijf tellen inhouden van de adem vormde een basis ter ondersteuning van het watervrij maken. Later werd dit opgevoerd naar drie maal tien tellen.
Voor de periode van module 2 en de bijbehorende zwemlessen 11 tot en met 20 krijgt u ook een huiswerkopdracht welke verderop in de tekst wordt beschreven.
Het droog oefenen als huiswerk:
Laat uw kind op de buik op bed liggen met gestrekte benen en de knieën en enkels tegen elkaar. Plaats nu uw handen om de wreven en vouw uw vingers in de voetzolen. Uw duimen kunnen nu precies aan de buitenzijde van de voeten tussen de enkel en het hielbeen worden geplaatst. Zorg dat u deze wijze van vastpakken goed begrijpt en leert beheersen. Het drukpunt van uw duimen op de plaats tussen de enkel en het hielbeen van uw kind is erg belangrijk. Op dit punt zit namelijk een zogeheten tinteldoos, dat is een knooppunt van zenuwbanen. Druk maar eens bij u zelf op dat punt. U voelt dan een tinteling door uw enkel en onderbeen schieten. Met deze methode van vastpakken hoeft u geen kracht te zetten op de voeten en enkels van uw kind tijdens het aanleren en corrigeren van de voetenstand op de rand van het bed en in het water. Door heel zachtjes druk uit te oefenen zal uw kind als vanzelf de voeten weg willen draaien om de tinteling te voorkomen. En die draairichting is exact de juiste.
Een tweede voordeel van deze wijze van vastpakken is de peesdruk die u kunt voelen. Indien u zelf op de hielen gaat staan spant u de pees aan de bovenzijde van de voet op de grens van de overgang met het scheenbeen. Vanaf de grote teen loopt een pees naar het onderbeen. U voelt ook een soort kramp in het onderbeen in deze houding. Deze pees dient bij het maken van de schoolslag en rugslag aangespannen te zijn. Indien u de voeten van uw kind op de juiste wijze vastpakt ligt het bovenste kootje van uw wijsvinger precies op deze pees. Tijdens de oefening met het drukken met uw duimen op de enkel voelt u dus tegelijk of de pees is aangespannen en kunt zonodig corrigeren. De beste wijze om uw kind te leren deze pezen aan te spannen is, ze op de hielen laten staan waarbij de ballen van de grote teen volledig los komen van de grond. De pezen trekken dan strak en zijn duidelijk te zien en te voelen. Duw vervolgens met uw duimen op de aangespannen pezen en leg aan uw kind uit dat die “spiertjes” tijdens het zwemmen van de schoolslag en rugslag moeten worden aangetrokken. Ik noem deze oefening altijd “spiertjes spannen”. Uw kind begrijpt de bedoeling meestal erg snel. Indien u dezelfde term gebruikt tijdens het corrigeren in het water dan hoeft u slecht “spiertjes spannen” te zeggen om begrip en resultaat te krijgen.

Uw elfde les in de praktijk:
En dan nu de zwemles in het water en het eerste leerdoel, doe direct de armvleugeltjes om en laat uw kind opwarmen met een minuut of vijf stevig borstcrawlen, rugcrawlen, springen van de rand en keervormen zoals dat is aangeleerd in de eerste lesmodule.
Nu gaan we starten met de schoolslag. Ga tegenover uw kind staan en pak beide handen vast. Beweeg de handen van uw kind in rondjes tot u voelt dat deze beweging wordt aangevoeld en soepel verloopt. Nodig vervolgens uw kind uit het in het water te proberen. Na enige pogingen lukt dit meestal redelijk snel. Let op de juiste draairichting van de rondjes. De handen moeten opzij en naar achter worden geduwd en vervolgens onder de kin door weer terug voorwaarts. Het wil wel eens gebeuren dat een kind de armbeweging precies tegenovergesteld doet. De beenbeweging is op dit moment niet relevant, besteed er dus ook geen aandacht aan. Trappelen zoals is geleerd bij de borstcrawl of rondjes maken met de benen zoals bij de schoolslag, het is allemaal prima zolang het maar beweegt.
De meest gemaakte fout in de beginfase van het aanleren is een te grote armbeweging. Vanuit de gestrekte positie met de armen voorwaarts willen kinderen de armen zijwaarts doorhalen tot aan de heupen. Dit is echter niet de bedoeling. De handen mogen nooit voorbij de schouders komen. Visueel uitgedrukt, je moet de handen altijd kunnen zien tijdens het zwemmen van de schoolslag. Indien uw kind met grote armrondjes zwemt, kan dat worden gecorrigeerd door tijdens het zwemmen de handen vast te pakken en mee te draaien in de juiste beweging. Doe dit slechts kortstondig. Er is een veel betere methode die speels en zeer effectief is.
Verschuif nu de armvleugeltjes bij uw kind van de bovenarmen naar de onderarmen. Blaas indien nodig wat lucht bij zodat ze niet afschieten. De vleugeltjes zitten dus nu tussen de elleboog en de pols. Laat uw kind nu weer schoolslag zwemmen. Het resultaat zal na enige tijd zijn dat het kind kleine rondjes gaat draaien. Indien de armen ver worden doorgehaald tot naast het lichaam heeft dit een ongewenst en onplezierig effect. Het hoofd zakt namelijk onder water. Zolang de armvleugeltjes voor het hoofd blijven zal dit niet gebeuren. Uw kind voelt dit al snel aan en zal spelenderwijze de juiste armbeweging vinden. Wel zakken de voeten sneller naar de bodem omdat de balans is verstoord. Bij het vijf tellen oefenen en weer gaan staan is dit niet bezwaarlijk. Maar al snel willen u en uw kind een grotere afstand gaan proberen. Het hoofd blijft boven, ademen is dus mogelijk, dus waarom stoppen na vijf tellen, zwemmen is leuk dus wil ik doorgaan (…) tot de overkant. Wissel de positie van de armvleugeltjes regelmatig af. Doe ze een minuut of vijf, of na tien maal achtereen oefenen, om de onderarmen en schuif ze dan weer terug omhoog. Al wisselend zal uw kind binnen enkele lessen in het juiste ritme komen.

Het tweede leerdoel voor vandaag is het starten met de rugslag. Drijven op de rug is al aangeleerd. Nodig nu uw kind uit om rondjes te maken met de benen in rugligging. Natuurlijk doen we dit met de armvleugeltjes om de bovenarmen. Vergeet het eigen voorbeeld niet, zien leert sneller dan praten en luisteren. Net als bij de eerste tien lessen werkt u weer met de vijftellen regel. Dus achterover vallen, vijf tellen rugzwemmen, gaan staan en weer opnieuw. Na een minuut of vijf oefenen voegen we de schoolslag en rugslag samen. Laat uw kind vijf tellen zwemmen op de buik met armrondjes (schoolslag armen) en vervolgens met de hurkbeweging of de schroef naar de rug draaien om dan weer verder te gaan met vijf tellen rugslag.
Begrijpt u de samenhang tussen beide bewegingen? U leert en oefent in een hoog tempo de armbeweging van de schoolslag en wisselt dit steeds af met de beenslag op de rug die in de basis hetzelfde is. Na enige tijd zal uw kind bij het zwemmen met de armen op de buik vanzelf de beenrondjes erbij gaan doen zoals bij de rugslag. De complete schoolslag wordt dan vanzelf bereikt.
Rond deze les af zonder armvleugeltjes en herhaal het borstcrawlen, rugcrawlen, springen van de rand en keervormen zoals dat is aangeleerd in de eerste lesmodule. Vergeet niet op weg naar les 12 het huiswerk op de rand van het bed te oefenen.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga terug naar e-zwemles 11-20 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 12 Controleer het resultaat van les 11

update: 11-09-2017