Logo

ZwemConsult

e-zwemles Online Zwemschool

e-zwemles 10

Leerdoelen les 10:
Volledig watervrij
Ga terug (...)

Uw kind beheerst de volgende leerdoelen:
Van staan in het water komen tot drijven op de buik
Van drijven op de buik komen tot staan
Voorwaarts vallen met afzet van de bodem en komen tot gestrekt drijven
Het gezicht 5 tellen in het water doen
Van staan in het water komen tot drijven op de rug en weer gaan staan met de hurkhouding
Voorwaarts afzetten en 5 tellen op de buik drijven
Van buikligging naar rugligging draaien met de schroefbeweging
Van rugligging naar buikligging draaien met de schroefbeweging
Zwemmen met de borstcrawl armbeweging
Zwemmen met de rugcrawl beenbeweging
Springen van de kant in het water met armvleugeltjes
Springen van de kant in het water zonder drijfmiddelen
Zwemmen met de rugcrawl armbeweging
Zelfstandig uit het water klimmen
Drijven op de rug zonder drijfmiddel
Drijven op de buik zonder drijfmiddel
Drijven op de buik en rug zonder drijfmiddel gedurende 5 tellen
Springen in diep water

Huiswerk:
Herhaal het huiswerk van les 1

Uw tiende les in de praktijk:
Deze les vormt de afronding van het “watervrij maken” en heeft slechts één leerdoel. Uw kind is nu behoorlijk zelfredzaam in ondiep water zonder drijfmiddel. Ook hebben we in les 9 het springen in diep water geoefend met behulp van de armvleugeltjes. In deze les 10 gaan we uw kind bijbrengen dat diep water lastig is maar niet eng. Het is wel noodzakelijk dat uw kind aan dit stadium toe is. Forceer niet, dat werkt averechts. Blijf zonodig de lesstof van de voorgaande lessen zonder armvleugeltjes herhalen tot u de indruk heeft dat uw kind in het ondiepe water behoorlijk zelfstandig durft te vallen en te borstcrawlen over een korte afstand.

We gaan vandaag weer naar het diepe gedeelte van het bassin, dezelfde plaats en positie die u ook koos bij les 9. Ga weer op 140 centimeter diepte op anderhalve meter van de rand staan. Uw kind heeft nu GEEN zwemvleugeltjes om. Nodig uw kind uit om diep adem te halen en naar u toe te springen. Wees er op bedacht dat uw kind uit angst voor het onbekende te ver springt waardoor het in uw armen terecht komt. Hierbij bestaat het gevaar dat de hoofden tegen elkaar botsen dus veer achterwaarts mee, indien nodig. Uw kind pakt in de sprong uw handen vast of beland in uw armen. Geef nu aan dat het weer diep adem moet halen en naar de trap in de hoek moet borstcrawlen. Geef tegelijk ondersteuning door uw hand onder de buik te houden boven de navel. Het is voor uw kind prettig als u de vingers spreidt. Doe uw hand niet op de navel of lager want dan krijgt uw kind het gevoel voorover te vallen. Te hoog, op de ribbenkast, is ook niet goed want dan is het effect van deze oefening weg. Uw kind gaat dan wennen aan uw ondersteuning. Tijdens het borstcrawlen zal de arm van uw kind aan de zijde waar u staat en meeloopt waarschijnlijk tegen uw arm botsen. Dat is niet erg. Zodra u merkt dat uw kind tijdens het borstcrawlen naar de trap behoefte heeft om een ademteug te nemen geeft u een extra duwtje omhoog zodat het wat gemakkelijker gaat.

Her haal deze oefening minstens 10 keer achtereen. Benadruk bij herhaling dat eerst adem moet worden gehaald voor het springen en dat uw kind NIET moet uitblazen bij het bovenkomen maar direct moet starten met het borstcrawlen richting trapje.

Zodra deze oefening spontaan wordt uitgevoerd en goed verloopt, gaan we een stapje verder. Laat nu uw uitgestoken handen achterwege. Uw kind gaat nu zelfstandig springen zonder hulp. Als gevolg van de snelheid en het achterwege blijven van uw helpende hand(en) schiet het onder water. Door het drijfvermogen van het lichaampje als gevolg van de lucht in de longen zal uw kind na enige seconden weer boven komen drijven. Voor de eerste keer duurt dit te lang. Daarom zakt u, op het moment dat uw kind in het water plonst, mee onder water en pakt u onder water een hand vast. Versnel het boven komen van uw kind door zachtjes mee te duwen. Na enige keren oefenen plaatst u uw helpende hand onder de oksel van uw kind. Nu is het in staat om, direct na het boven komen, te starten met borstcrawlen.

Deze oefening is voltooid zodra uw kind zelfstandig durft te springen en aansluitend begint met borstcrawlen richting trapje. Of de afstand naar het trapje daadwerkelijk wordt behaald is niet relevant. Het gaat ons om de beweging van vallen en starten met zwemmen in diep water. Een helpende hand voor het tussentijds ademhalen op weg naar de trap is in dit stadium eerder regel dan uitzondering.

Veiligheid. Realiseer dat uw kind nu de angst voor het water heeft overwonnen. Indien het in de sloot of vijver bij uw huis valt zal het hoogstwaarschijnlijk al zelfstandig terug op de kant klimmen. De vaardigheden van kopje onder gaan, keren en een stukje borstcrawlen zijn al behoorlijk ingeslepen en gewoon geworden. Juist nu dient u extra alert te zijn. Uw kind is niet langer bang voor die slootkant of vijver en zal zonder angst kikkers gaan zoeken. Neem dus geen risico maar geef ze een zwemvest om! Juist nu. Zie voor nadere informatie het hoofdstuk veiligheid.

Ga terug naar de homepage van e-zwemles Ga naar les 9 Ga naar de bovenzijde van deze pagina Ga naar les 11-20 Controleer het resultaat van les 10

update: 11-09-2017